Gestreept stinkdier

(Mephitis mephitis)

Leefgebied en habitat

Het gestreepte stinkdier komt voor in de meeste delen van Noord-Amerika. De dieren hebben een groot aanpassingsvermogen en leven in verschillende omgevingen zoals bossen, wouden en grasvlakten. In de loop der tijd zijn stinkdieren echter ook naar stedelijke omgevingen getrokken. Stinkdieren leven op hoogtes variërend van zeeniveau tot 1.800 meter, maar er zijn ook gevallen bekend van dieren die tot 4.200 meter boven zeeniveau leven.

In Nederland worden ze soms als huisdier gehouden, terwijl ze daar niet geschikt voor zijn. Vanaf 1 juli 2024, als de nieuwe Nederlandse positieflijst in werking treedt, mogen ze niet meer als huisdier worden aangeschaft.

Uiterlijk
Gestreepte stinkdieren zijn gemakkelijk te herkennen aan hun zwarte vacht. Ze hebben een opvallende witte streep op hun snuit en V-vormige witte aftekening die van hun kop over de schouders en flanken richting de staart loopt. Hun borstelige staart heeft vaak witte haren langs de randen. Gestreepte stinkdieren hebben kleine driehoekige koppen, korte oren en zwarte ogen. Hun poten hebben lange klauwen die geschikt zijn om te graven. Stinkdieren variëren sterk in grootte, van 46 tot 81 cm. Ook hun lichaamsgewicht varieert van 0,7 tot 6,3 kg. Over het algemeen zijn de mannetjes iets groter dan de vrouwtjes.
Wist je dat?
  • Jonge stinkdieren leren foerageren door achter hun moeder aan te lopen?
  • Stinkdieren anale geurklieren hebben die ze gebruiken om zich te verdedigen? De geur die ze verspreiden ruikt naar rotte eieren?
  • Hun Latijnse naam (Mephitis mephitis) in het Nederlands ‘vieze geur’ betekent?
  • Lengte Lichaam: 46-81 cm, staart 17 tot 40 cm
  • Gewicht 0,7 - 6,3 kg
  • Leeftijd In het wild tot 7 jaar, in gevangenschap tot 10 jaar
  • Leefgebied Het grootste deel van Noord-Amerika
  • Habitat Bossen, beboste ravijnen en grasvlakten
Voortplanting
Vrouwelijke stinkdieren paren meestal één keer per jaar. Ze kunnen kieskeurig zijn als het gaat om partnerkeuze; als ze niet willen paren, gebruiken ze hun geurklieren om mannetjes op afstand te houden. Mannelijke stinkdieren zijn minder kieskeurig en paren gerust met meerdere vrouwtjes.

Tijdens de paring benaderen mannetjes vrouwtjes van achteren, besnuffelen ze en grijpen dan hun nek vast zodat het paren kan beginnen. Dit gebeurt meestal tussen februari en april, met eventueel een tweede paringsperiode in mei. Na 59 tot 77 dagen worden nesten van 2 tot 10 jongen geboren.

Jongen hebben nog maar weinig vacht en worden blind geboren. Ze openen hun ogen pas na ongeveer drie weken. Na zes tot zeven weken leren ze foerageren (op zoek te gaan naar voedsel) door achter hun moeder aan te lopen. Als ze ongeveer 10 maanden oud zijn, zijn de dieren geslachtsrijp. Mannetjes worden dan onafhankelijk, terwijl vrouwtjes tot de volgende lente bij hun moeder blijven.
Voedsel
Stinkdieren zijn makkelijke eters en passen hun dieet aan op basis van de beschikbaarheid van voedsel. Tijdens warmere maanden eten ze voornamelijk insecten zoals sprinkhanen, krekels, kevers, larven en bijen. Ongewervelde dieren, zoals wormen en rivierkreeften staan ook op het menu. In de winter eten ze kleine zoogdieren, zoals woelmuizen, en de eieren en jongen van vogels die op de grond nestelen. Daarnaast eten ze ook amfibieën, reptielen, aas en vis.

Hoewel het grootste deel van hun dieet (tot 80-90%) dierlijk is, eten ze ook plantaardig voedsel. Denk bijvoorbeeld aan maïs, planten uit de nachtschadefamilie en zwarte kersen.
Gedrag en levenswijze
Stinkdieren leven solitair (alleen) en zijn vooral ’s nachts actief. Overdag zoeken ze hun toevlucht in verschillende schuilplaatsen. Pas zodra het gaat schemeren, komen ze tevoorschijn. In koudere klimaten verhuizen ze ’s winters van bovengrondse naar ondergrondse holen, waarbij ze tijdens de perioden van inactiviteit hun vet opslaan voor energie. Hoewel stinkdieren in de winter wel eens holen delen, blijven ze de rest van het jaar meestal solitair. Dit is afhankelijk van in welk klimaat ze leven.

Stinkdieren hebben weinig interactie met andere dieren, behalve tijdens het broedseizoen. Als ze zich bedreigd voelen, gebruiken ze hun anaalklieren om een overweldigende geur te verspreiden. Hierbij nemen ze een typische verdedigingshouding aan: ze kijken hun tegenstander aan, krommen hun rug, tillen hun staart op en stampen op de grond. Dit dient als laatste waarschuwing voordat ze hun geurklieren zullen gebruiken.

Stinkdier als huisdier

❌ Niet geschikt om als huisdier te houden.

Stinkdieren zijn dragers van verschillende zoönotische ziekteverwekkers die een gevaar kunnen vormen voor mensen. Naast dit gevaar hebben de dieren specifieke behoeftes als het gaat om leefomgeving, foerageergedrag en sociaal gedrag, waar mensen thuis niet of nauwelijks aan kunnen voldoen. Dit maakt stinkdieren ongeschikt als huisdier.

Risico’s voor mensen

 
  • Zoönosen

    Bij het stinkdier hoog-risico zoönotische ziekteverwekkers aangetoond, zoals Leptospira spp. en het rabiësvirus.
 
  • Letselschade

    In deze risicocategorie zijn geen risicofactoren van toepassing.

Risico’s voor dieren

 
  • Voedselopname

    Stinkdieren moeten dagelijks langdurig foerageren. Als dit niet voldoende tot uiting kan komen, is er gevaar voor het ontstaan van stereotiep of beschadigend gedrag.
 
  • Ruimtegebruik / veiligheid

    De dieren gebruiken een afgezonderde nestplaats en graven holen. Bij het ontbreken hiervan bestaat onder andere de kans dat de jongen overlijden.
 
  • Thermoregulatie

    Stinkdieren zijn aangepast aan subtropische, tropische, gematigde en boreale klimaten.
 
  • Sociaal gedrag

    Stinkdieren hebben een despotische dominantiehiërarchie, met als gevaar het ontstaan van agressie, onderlinge gevechten, stress-gerelateerde ziektes en sterfte of vergelijkbare gevolgen als deze leefwijze niet wordt gerespecteerd.
Deze criteria zijn gebaseerd op de Nederlandse positieflijst voor huisdieren.