Kapucijnaap

(Sapajus apella)

Leefgebied en habitat

De kapucijnaap is een primatensoort die van nature in de lagere Amazone leeft. De dieren komen voor in Bolivia, Brazilë, Colombia, Ecuador, Frans-Guinea, Guyana, Peru, Suriname en Venezuela. Het leefgebied van de kapucijnaap bestaat uit subtropische bossen en savannes.

Uiterlijk
Kapucijnapen hebben een klein, maar sterk lichaam dat bedekt is met een dikke vacht. Op hun bovenlichaam, schouders en bovenarmen is hun vacht lichtbruin tot mosterdgeel. De rest van hun lichaam en staart zijn bedekt met een zwarte vacht. Hun handen en voeten zijn donkerbruin tot zwart. De dieren hebben een opvallende, kroonvormige zwarte kuif op hun hoofd, waaraan ze hun Engelse benaming te danken hebben: ‘black-capped capuchin’. De kleur van hun gezicht varieert van lichtroze tot bruin en wordt aan beide kanten omlijst door twee lange bakkebaarden die vanaf de kuif tot onder de kin doorlopen. De dieren hebben een brede, platte snuit en bruine ogen.
kapucijnaap AAP
Wist je dat?
  • Kapucijnapen bijzonder intelligent zijn?
  • Ze hun eigen anti-muggenmiddel maken?
  • Lengte 39 cm – 44 cm
  • Gewicht 1,3 kg – 4,8 kg
  • Leeftijd 15 tot 25 jaar in het wild en tot 40 jaar in gevangenschap
  • Leefgebied Bolivia, Brazilë, Colombia, Ecuador, Frans-Guinea, Guyana, Peru, Suriname en Venezuela
  • Habitat Subtropische bossen en savannes
Voortplanting
Kapucijnapen leven in groepen en zijn polygaam: de vrouwtjes in een groep paren meestal alleen met het alfamannetje. Alleen als het alfamannetje er niet is, komt het weleens voor dat ze met mannetjes paren die lager in de rangorde staan.

Vrouwelijke dieren zijn geslachtsrijp zodra ze tussen de 4 en 6 jaar zijn. Mannetjes zijn wat later, zij zijn gemiddeld 7 jaar voordat ze zich kunnen voortplanten.

Kapucijnapen paren het hele jaar door, maar de meeste jongen worden geboren tussen het droge seizoen en het vroege regenseizoen, wanneer er veel fruit te vinden is. Na een draagtijd van ongeveer 155 dagen wordt meestal één jong geboren. Moederdieren nemen het grootste deel van de opvoeding voor hun rekening. De jongen drinken bij hun moeder tot ze 9 maanden zijn en klampen zich aan haar vast terwijl ze door het bos trekt.
Voedsel
Kapucijnapen zijn omnivoren. Ze eten verschillende soorten vruchten, zaden, bloemen, insecten, kikkers, vogels, eieren en soms zelfs kleine zoogdieren. Door hun robuuste onderkaak en sterke tanden en kaakspieren kunnen ze ook grotere fruitsoorten en harde planten eten. Tijdens het droogteseizoen, als voedsel schaars is, voeden de dieren zich met name met de binnenkant van de stengels van de oliepalm.
Gedrag en levenswijze
Kapucijnapen zijn speels, nieuwsgierig en intelligent. Ze leven in familiegroepen (troepen) van 15 tot 20 dieren. Een troep bestaat uit één of meer volwassen mannetjes, meerdere volwassen vrouwtjes met hun jongen, en jongvolwassen dieren. Het dominante mannetje is de leider en beschermt de groep tegen roofdieren en andere apen.

De dieren leven voornamelijk in bomen, klimmend van tak naar tak. Soms komen ze naar beneden om te spelen of om naar een ander gebied over te steken. Hierbij kunnen ze kleine stukjes rechtop lopen. De dieren brengen het grootste deel van de dag door met eten en zoeken naar voedsel. Per dag kunnen ze wel zo’n 2 kilometer afleggen. ’s Nachts zoeken ze opnieuw de bomen op voor een comfortabele slaapplek tussen de takken.

Kapucijnapen zijn erg slim en oplossingsgericht. Zo gebruiken ze onder andere lange stokken om insecten mee te vangen en stenen om hard fruit en noten mee open te slaan. Ook gebruiken ze natuurlijke sponzen om fruitsappen of water mee op te zuigen en maken ze ‘bakjes’ om water op te vangen. Daarnaast denken wetenschappers dat ze ‘mentale kaarten’ van hun omgeving maken, zodat ze altijd makkelijk voedsel kunnen vinden. Ook maken de dieren hun eigen anti-muggenmiddel door een mix van geplette, giftige mieren en hun eigen urine te maken en dit over hun vacht te smeren.