Verrijking: spel, spanning en een stukje wildernis in het verblijf
Wat betekent ‘verrijking’ eigenlijk?
Het woord ‘verrijking’, ook wel ‘enrichtment’ in het Engels, slaat letterlijk op het ‘rijker’ maken van een leefomgeving. Het woord verwijst naar spullen en speeltjes die dieren nieuwe prikkels en uitdagingen bieden. We krijgen vaak de vraag of de dieren bij AAP zich niet vervelen. Dat is precies wat we met verrijking willen voorkomen: onze dierenverzorgers verstoppen bijvoorbeeld voer, bouwen klimrekken of hangen nieuwe voorwerpen in het verblijf die ontdekt moeten worden. Al deze aanpassingen geven dieren een reden om hun verblijf opnieuw te verkennen en zich actief met hun omgeving bezig te houden.
Verrijking als middel tegen stress en gedragsstoornissen
Veel dieren komen met een zwaar verleden bij ons terecht. Sommigen van hen hebben jarenlang alleen in een kooi geleefd weten niet hoe ze zich sociaal moeten gedragen. Ook zijn ze soms gewend aan verveling. Als ze langere tijd niets te doen hebben, ontwikkelen dieren in gevangenschap vaak zogenaamde stereotypieën. Dit zijn gedragsstoornissen zoals doelloze bewegingen die ze steeds herhalen. Een voorbeeld is het voortdurend afleggen van hetzelfde traject in het verblijf. Dit komt voort uit het constant te weinig prikkels hebben. In het ergste geval kunnen zulke afwijkingen zelfs uitmonden in zelfbeschadigend gedrag.
Onderdeel van revalidatie
Verrijking speelt hier een belangrijke rol. Het richt de aandacht van de dieren op nieuwe taken en prikkels en stimuleert natuurlijk gedrag zoals zoeken, verkennen of klimmen.Al tijdens de quarantaine maakt verrijking daarom vast deel uit van het revalidatieprogramma bij AAP, nog voordat de dieren stapsgewijs met soortgenoten worden samengebracht. Bij apen is het effect bijzonder duidelijk: na hun redding hebben ze vaak een lange aanpassingsperiode nodig. Trommels, flessen, ballen en speelgoed gemaakt van oude brandslangen zorgen in deze fase voor afleiding en stimulatie en helpen de dieren om tot rust te komen.
"Een afwisselende omgeving is een van de belangrijkste factoren om stress te verminderen. Het zorgt voor afleiding en stimuleert tegelijkertijd natuurlijk gedrag, zoals zelfstandig voedsel zoeken”.
Olga Bellón, teamleider primaten bij AAP Spanje
Van ijs tot papier-maché – er is voor elk wat wils
Verrijking bij AAP is nooit precies hetzelfde. Het wordt volledig afgestemd op de individuele behoeften van de dieren. Elke diersoort, en soms zelfs elk afzonderlijk dier, heeft een eigen aanpak nodig: een verblijf voor grote katachtigen vereist andere prikkels dan een primatenverblijf. Een ouder dier dat moeilijk beweegt heeft baat bij andere activiteiten dan een energiek jong dier.Daarom bedenken we steeds weer nieuwe dingen: in de zomer krijgen de dieren bij ons in Spanje bevroren fruit, ijsblokjes en waterslangen om de hitte te bestrijden. In de winter zijn er extra dekens en stro waar de dieren zich onder kunnen verstoppen. Bij bijvoorbeeld tijgers worden vooral geuren, takken en kartonnen dozen gebruikt, de berberapen zijn vooral dol op voederpuzzels. Voor kleinere zoogdieren, zoals knaagdieren, is er zogenaamd „knaagmateriaal“ – dingen waar ze op kunnen kauwen om hun tanden te slijpen. Ook worden er kleine spiegeltjes gebruikt, waarin de dieren zichzelf kunnen zien en zich daarmee kunnen bezighouden. We gebruiken nooit dezelfde verrijkingsmaterialen twee keer na elkaar, omdat het positieve effect dan afneemt.
Verrassing voor leeuw Ruru
Er wordt bij ons voortdurend nieuw verrijkingsmateriaal gemaakt. Daarnaast is er één keer per jaar een gezamenlijk project: medewerkers en vrijwilligers van alle afdelingen komen bij elkaar en bouwen een dag lang samen nieuwe bezigheden voor de dieren.Voor leeuw Ruru zijn er dit jaar bijvoorbeeld een grote krabpaal en een giraf van papier-maché gemaakt.
Een vast onderdeel van ons dagelijks werk
Verrijking is bij AAP geen uitzondering, maar een belangrijk onderdeel van de routine. Onze dierenverzorgers plannen de bezigheden voor elk individueel dier. Ook passen ze de verrijking voortdurend aan, afhankelijk van hoe een dier zich ontwikkelt of welk seizoen het is. Dit voortdurende werk maakt deel uit van wat de dieren bij ons nodig hebben om te herstellen. Daarbij werken dierenverzorgers, dierenartsen en gedragsbiologen nauw samen om gedragsstoornissen te verminderen."We willen het natuurlijke, soortspecifieke gedrag van de dieren zoveel mogelijk stimuleren. Dat bereiken we onder andere door middel van geschikte verblijven, afwisselende verrijking en het samenbrengen met soortgenoten, zodat de dieren van elkaar kunnen leren. Zo kunnen ze bij ons een leven leiden zonder verveling.”
Kelly Lavooij van Leeuwen, gedragsbioloog bij AAP