Rehabilitatie
en resocialiseren

Herstellen bij AAP

Ons team van dierenartsen, gedragsdeskundigen en ervaren dierverzorgers zet zich elke dag in, om de opgevangen dieren, er weer bovenop te krijgen. 

Veel dieren die in onze opvang terechtkomen zijn verwaarloosd door mensen. Steeds weer zien we dat wilde dieren complexere zorgbehoeften hebben dan houders vooraf dachten.

Bij AAP kunnen de dieren geestelijk en lichamelijk herstellen van hun verleden. Wij noemen dat ook wel rehabiliteren. De dieren hebben jarenlang slechte voeding gekregen, zijn mishandeld of zaten eenzaam opgesloten in kleine hokken. Bij AAP leren we ze ook stapsgewijs weer samen te leven met soortgenoten, dat noemen we resocialiseren.

Alle dieren die bij AAP binnenkomen, gaan eerst minimaal zes weken in quarantaine.

Als de dieren lichamelijk en fysiek voldoende hersteld zijn en eventueel weer in een groep zijn opgenomen, zoeken we een plekje voor ze bij onze herplaatspartners. Daar kunnen ze een nieuw leven tegemoet zien en voor altijd blijven. Lees verder over herplaatsing.

Een rhesusaap krijgt een medische check van onze dierenarts.

Vraag & antwoord - rehabilitatie en resocialiseren

Veel van de dieren die wij opvangen, zijn sociale dieren. Door hun verleden hebben zij echter niet altijd kunnen leren hoe ze met soortgenoten moeten omgaan. Ze weten bijvoorbeeld niet hoe ze moeten communiceren of aan welke sociale regels ze zich moeten houden. Bij AAP zijn we ervan overtuigd dat sociale dieren het gelukkigst zijn bij soortgenoten, dus streven wij ernaar ze uiteindelijk te plaatsen in een groep.

Een aap bijvoorbeeld, die uit quarantaine komt, krijgt eerst de tijd om te wennen aan de nieuwe omgeving, de nieuwe dierverzorgers en het buitenverblijf. Daarna wordt bekeken welke groep geschikt zou zijn voor het dier. Als dat besloten is, wordt de aap eerst in een verblijf naast zijn soortgenoten gehuisvest. Zo kunnen de dieren elkaar vast zien, ruiken en horen. Pas als er positief contact is door het gaas, proberen de dierverzorgers de nieuwe aap bij de groep te voegen. Vaak begint dat met één van de groepsleden, waarna geleidelijk de andere groepsleden geïntroduceerd worden. Tijdens dit proces observeren en registeren de verzorgers het gedrag van de dieren. Veel apen hebben nog nooit een andere aap gezien. De gedragsregels leren ze van groepsgenoten en door na-apen. Dit gaat niet altijd over één nacht ijs; er zijn soms wat ruzies voor nodig voordat een nieuw dier zijn plek in de rangorde kent en zich als aap weet te gedragen.

De meeste apen moeten ook gewoontes afleren. Vooral voormalig huisdieren zijn gewend aan aandacht van mensen en laten hun soortgenoten links liggen. Zo maak je nooit vrienden, natuurlijk! Door de dieren geen individuele aandacht te geven, stoppen ze hier eerder mee en zoeken ze sneller contact met hun soortgenoten. Het verschilt per dier hoelang het duurt voor we hem of haar in een groep kunnen plaatsen. Dieren die heel jong bij hun moeder zijn weggehaald en daardoor geen sociale vaardigheden hebben geleerd, hebben bijvoorbeeld meer tijd nodig om dit alsnog aan te leren. Met veel geduld en aandacht lukt dit vrijwel altijd!

(Semi-)solitaire dieren (dieren die over het algemeen alleen leven, behalve in de paartijd of tijdens voedseloverschot), krijgen ook gezelschap van een soortgenoot bij AAP. We weten dat deze soorten bij voldoende voedsel in het wild ook samenleven, dus het is efficiënter om de dieren in groepen te plaatsen. Deze dieren vertonen veel sociaal gedrag naar elkaar, dus groepshuisvesting is ook bij deze dieren beter voor hun welzijn.

Bij aankomst gaan dieren eerst in quarantaine. Hier worden zij medisch uitgebreid onderzocht. Voor ieder dier wordt vervolgens een eigen behandelplan opgesteld, waarin onder meer resocialisatie, eventuele medicijnen en voeding aan de orde komen. Het gebeurt maar al te vaak dat een dier jarenlang verkeerde voeding kreeg toegediend (zoals snoep, koffie en cola), waardoor een persoonlijk afgestemd dieet noodzakelijk is. Daarnaast hebben dieren vaak medische problemen door verkeerde huisvesting, voeding en door gebrek aan medische zorg. Apen die voorheen in kleine kooien zaten of eenzaam waren, vertonen vaak stereotiep gedrag zoals ijsberen of verwonden zichzelf.

AAP beschikt over een team van deskundige dierenartsen, dierenartsassistenten, gedragsbiologen en ervaren dierverzorgers dat ernaar streeft dat een dier zowel fysiek als geestelijk weer gezond wordt én blijft.

Extern hebben we ook contact binnen ons netwerk en met (humane) specialisten. Zoals de oogartsen van het LUMC, die beiden lenzen van chimpansee Fiffy hebben vervangen.

Baviaan Olive (rechts) werd moederziel alleen bij AAP gebracht. Nog in onze quarantaine wisten we een nieuwe moeder voor haar te vinden: Simone. Van haar heeft ze geleerd hoe ze zich moet gedragen als baviaan.
Marria moest leren leven als een échte chimpansee
Chimpansee Marria werd als mensenkind opgevoed en maakte bij AAP voor het eerst kennis met soortgenoten. Met veel geduld lukte het ons Marria te laten leven als een échte chimpansee in een kleine groep.