Wasbeerhond

Nachtdier, behorend tot de hondenfamilie; zijn overeenkomst met de wasbeer berust alleen op de vachttekening. Oorspronkelijk voorkomend in Oost-Azië (Mongolië, China, Korea, Japan) maar daarnaast, toen hij in trek als pelsdier kwam, uitgezet in in heel Rusland. Men zag over het hoofd dat hij een schuwe maar taaie overlever is, en bovendien een trekker. Vanuit de uitplaatsen verspreidde hij zich over Noord- en Midden-Europa, waar hij overal geschikte leefgebieden aantrof: moerassige of licht beboste landschappen en met loofhout begroeide rivierdalen.

De opmars van de wasbeerhond lijkt niet te stuiten. Duitsland kent inmiddels honderdduizend(en) van deze immigranten, die zich binnen afzienbare tijd ook in Nederland zullen vestigen. Met zijn menu van kleine knaagdieren, vogels en eieren is hij een regelrechte concurrent van inheemse vleeseters, met name de Europese vos. Een typisch staaltje van faunavervalsing, waar onze Reintje de dupe van kan worden.

Wasbeerhonden zijn plekzindelijk, maar hun keuze voor een plek is meestal tamelijk onprettig. Bijvoorbeeld midden in de woonkamer of op de overloop, want voor hun behoefte zoeken ze graag een open terrein. Geen enkel schoonmaakmiddel kan zijn goede neus misleiden, dus hij zal altijd naar dit favoriete plaatsje terugkeren. Er is maar één voordeel aan een wasbeerhond: hij is geen blaffer.