Suikereekhoorn

Buideldier, algemeen voorkomend in lichte bosgebieden in Oost- en Noord-Australië. Als huisdier toenemend populair, door zijn uitstraling van levende knuffel. Dankt zijn naam aan zijn voorkeur voor zoetigheid als rijp fruit en nectar (in het Engels worden ze honey- of sugargliders genoemd). Aan de zijkanten van het lichaam, tussen voor- en achterpoten, bevinden zich huidplooien die als vlieghuid fungeren wanneer het dier de poten strekt. In deze positie kunnen ze glijvluchten tot 50 meter maken.

Suikereekhoorns zijn geen dagdieren, zelfs geen schemerdieren, maar echte nachtdieren. Pas nadat het volledig donker is geworden steken ze hun kopje uit hun schuilplaats en turen ze knipperend naar hun omgeving. Met hun grote zwartomrande ogen zien ze er uiterst decoratief uit, maar helaas kan hun eigenaar dat nauwelijks waarnemen. De ogen van deze schuwe diertjes zijn zo lichtgevoelig dat een zaklantaarn al haast te fel is. Wie suikereekhoorns als huisdier wil houden zal dus zelf in een donkere kamer moeten leven. Die bovendien zeer ruim van afmeting dient te zijn want deze buideldieren hebben een grote bewegingsvrijheid nodig. Standaardkooien zijn veel te klein.

Een liefhebber van suikereekhoorns kan verder maar het best over een zwak reukvermogen beschikken. Zoals veel nachtdieren communiceert een suikereekhoorn via geur, en bakent hij zijn nesthol en territorium af met urine. Een suikereekhoorn is dus als huisgenoot beslist geen aanrader.