Huisdier

Een kat, een hond, een konijn, een cavia; zo divers als ze naar hun soort ook zijn, ze hebben één ding gemeen: het zijn allemaal huisdieren. In aard en gedrag zijn ze zodanig aangepast geraakt, dat ze met de mens samen kunnen leven. Dit aanpassingsproces, domesticatie genoemd, is een langdurig proces, dat vele generaties beslaat.

Domesticatie (van het Latijnse woord domus, huis) is in wezen niets anders dan een fokprogramma, waarbij steeds die dieren met elkaar worden gekruist die de -voor de mens- meest bruikbare of wenselijke eigenschappen vertonen. Afwezigheid van agressie is de voornaamste eis die wij aan onze huisdieren stellen, daarnaast aanhankelijkheid en speelsheid. Feitelijk verlangen we dat ze in jeugdig gedrag blijven steken, want bij een normale ontwikkeling zal het dier deze eigenschappen verliezen zodra hij zelfstandig wordt. Onze huisdieren zijn dus geestelijk enigszins achtergebleven. Hun hersenvolume is dan ook geringer dan dat van wilde dieren.

Hoe instabiel die kunstmatige karaktertrekken niettemin blijven, ondanks de eeuwenlange cultivatie, is duidelijk te zien aan zwerfdieren. Al na een korte periode van verwildering neemt schuwheid de plaats in van aanhankelijkheid, aanval en verdediging worden de nieuwe overlevingsmechanismen, en voor speelsheid is geen tijd meer. Een wilde kat speelt geen kat-en-muisspelletjes, maar verslindt zijn prooi zonder omhaal. Als de jongen van een verwilderd huisdier niet binnen vier weken na hun geboorte aan mensen gewend raken, groeien ze wild op. Het socialisatieproces is dus geen vast gegeven, maar moet steeds herhaald worden. Het spreekt vanzelf dat écht wilde dieren, dieren die in hun natuur en gedrag ongemoeid zijn gelaten, onmogelijk in één generatie zijn te domesticeren.

Ook bij de aanschaf van een klassiek huisdier blijft het van belang een weloverwogen keus te maken. Laat u niet verleiden tot een impulsaankoop omdat uw kind zo vertederd is door dat schattige kitten of dat snoezige konijntje; een dier is geen wegwerpartikel, maar een levend wezen dat van u afhankelijk is. Een goede voorlichting over de diersoort is essentieel. Bent u vaak genoeg thuis om de hond uit te laten, wordt u boos als de kat zijn nagels aan het meubilair scherpt, mag de cavia wel eens los lopen of geeft dat te veel rommel? Hebt u slechts ruimte voor één konijn, met als gevolg dat hij wegkwijnt van eenzaamheid en verveling? Een dierenwinkel zal de nadelen liever verzwijgen, terwijl een asiel een objectief advies zal geven. De aanschaf van een asieldier geeft bovendien geen nieuwe stimulans aan malafide fokkers.

Koop in geen geval een niet-gedomesticeerd uitheems dier. U bespaart er uzelf en het dier een hoop ellende mee.