Chinchilla

Net als zijn directe verwant, de degoe, is dit holengravende knaagdier afkomstig uit het berggebied van de Andes, met name Chili. Hij stelt bescheiden eisen aan zijn voedsel: meer dan wat grassen, zaden en de bast van struiken die op de schrale hellingen groeien, heeft hij niet nodig. Hij onderscheidt zich door zijn fraaie, zijdeachtige vacht die buitengewoon zacht en dicht is, bijna zonder looprichting van de haren. Het bezit ervan maakte hem tot een gezocht pelsdier, dat lange tijd met uitroeiïng werd bedreigd. Speciale chinchillafokkerijen hebben aan dit gevaar een einde gemaakt. Helaas is het welzijn van de individuele dieren aan de commercie opgeofferd.

Als huisdier levert een chinchilla uitsluitend teleurstellingen op. Hij is een schemerdier, waardoor je weinig plezier aan zijn gezelschap beleeft. Als groepsdier kan hij bovendien slecht tegen eenzaamheid, wat zich zal uiten in afwijkend gedrag als rondjes rennen door zijn kooi of een extreme knaagdrift - die hij, als hij maar even de kans krijgt, op de meubels zal botvieren. De rommel van zijn favoriete bezigheid, een zandbad nemen, zorgt eveneens voor veel ergernis. Voeg daarbij de bewerkelijke voeding, die tot op de gram moet worden afgewogen, en verzorging (chinchilla's zijn stressgevoelig en kunnen absoluut niet tegen tocht), plus het feit dat hun dichte vacht vaak allergische reacties bij hun verzorgers oproept, en de conclusie is duidelijk: chinchilla's zijn allesbehalve geschikte huisdieren.

Informatie over chinchilla-opvangcentra kan verkregen worden op verschillende sites, onder andere www.vida-nueva.nl.