Uitgangspunten |
|
In de afgelopen decennia zijn in de Europese Unie wetten en reglementen geïmplementeerd die niet-gedomesticeerde uitheemse diersoorten moeten beschermen tegen exploitatie. Doel is het uitsterven van diersoorten voorkomen. Daar waar uitheemse dieren wél worden gebruikt genieten zij, in de meeste Europese landen, een zekere mate van wettelijke welzijnsbescherming. De wetgeving kent echter grote tekortkomingen. De intrinsieke waarde van dieren staat in schril contrast met de grote commerciële belangen die gepaard gaan met de handel en het bezit van niet-gedomesticeerde uitheemse dieren. AAP beschouwt (uitheemse niet-gedomesticeerde) dieren als zelfstandige wezens die niet slechts een middel zijn voor anderen of enig economisch belang vertegenwoordigen. Dieren dienen behandeld te worden als levende wezens met gevoelens en bewustzijn. Het kunnen uiten van natuurlijk gedrag in een zo natuurlijke mogelijke omgeving staat hierbij centraal. |