Okko en Riga
In de jaren ’60 ving het echtpaar Okko en Riga Reussien hun eerste aap op in hun eigen huis. Het was een zenuwachtig doodshoofdaapje. Hierna brachten steeds meer mensen hun apen en andere uitheemse dieren bij hen thuis in Amstelveen. Op een gegeven moment werd het onmogelijk voor het echtpaar om de verzorging van alle apen zelf te betalen. Stoppen met de opvang van deze hulpeloze dieren was ook geen optie. Okko en Riga besloten Stichting AAP op te richten, zodat ze fondsen konden gaan werven. Op 14 april 1972 was Stichting AAP een feit. Anjerkas
In de jaren die volgden werd gewerkt vanuit een oude anjerkas aan de Legmeerdijk in Amstelveen. AAP was betrokken bij de eerste wet- en regelgeving met betrekking tot uitheemse dieren en bleek de enige opvangplek voor dieren die op basis van deze wetten in beslag genomen werden. De verwachting was aanvankelijk, dat Stichting AAP slechts tijdelijk zou bestaan; er werd immers gewerkt aan wetgeving...

Verhuizing naar Almere
In 1996 wilde Amstelveen zijn kas terug. De behoefte aan opvangplaatsen voor uitheemse dieren groeide echter nog steeds. AAP vond in de gemeente Almere een ruime en groene omgeving voor de bouw van meerdere verblijven, zoals de primatenhal, de zoogdierenopvang, de quarantaine, diverse buitenverblijven en een heus kantoor. Het aantal dieren in opvang groeide, net als het aantal medewerkers.

SpecialisatieToen duidelijk werd dat de Europese binnengrenzen zouden verdwijnen, besloot AAP zich te specialiseren in zoogdieren, maar dan wel uit heel Europa. Voor de dieren die niet tot de specialisatie hoorden, zoals schildpadden en vogels, werd onderdak gevonden bij gespecialiseerde collegae.
|