Lessen voor dieren

Jammer dat februari maar 28 dagen heeft... Het is alweer de laatste dag van de maand en we hebben nog lang niet alles verteld - sommige dieren zijn nog helemaal niet aan bod gekomen! Neem bijvoorbeeld de dingo's Biff (foto) en Ufi. Het gaat goed met ze, daarom is er ook niet veel nieuws te melden, maar ze moeten natuurlijk wel genoemd worden.

 

In het jaar dat ze nu bij AAP zijn, hebben de twee wilde honden veel geleerd. Toen ze kwamen, hadden ze nog nooit kennisgemaakt met verrijking. De eerste keer dat ze een brokkenbal kregen stonden ze er alleen maar aan te ruiken, zonder begrip hoe ze de brokken eruit moesten krijgen... Het was duidelijk dat we met iets makkelijkers moesten beginnen. Daarom kregen ze voetballen met grote openingen, waar ze de brokken wél uit konden laten rollen. Vooral Biff, met zijn grote lompe poten, was ontzettend onhandig! Ufi had iets slankere poten en kon er bovendien beter mee manoeuvreren. Gelukkig voelde Biff zich niet te goed om de kunst van zijn vrouwtje af te kijken en na te doen.

Slobberen

Brokkenballen zijn nog steeds erg moeilijk voor ze, maar wel kunnen de twee inmiddels uitstekend een kartonnen doos slopen, een pensstaafje uit een keukenrolletje trekken en iets lekkers, bijvoorbeeld stukjes hondenworst, uit een bak water bemachtigen. Ufi snapt dat ze die er met haar poot uit moet wippen, maar Biff doet het simpeler: gewoon eerst de bak leegslobberen!

Klimles

Ook de neusberen hebben we nog niet genoemd. Onidin en Doerak (ze zitten niet samen, want Doerak is pas kort op de afdeling) hebben eveneens handicaps door een gebrek aan ervaring: ze kunnen niet klimmen. Terwijl klimmen voor neusberen in het wild net zo natuurlijk is als lopen! We willen dus graag dat ze het leren. Daarvoor hebben de dierverzorgers brede boomstammen in hun verblijf aangebracht, die schuin omhoog lopen. De dieren kunnen daar makkelijk overheen lopen, en om ze aan te moedigen wordt er bovenaan iets lekkers gelegd. Zo leren ze de beginselen van het klimmen. Maar om via het gaas omhoog te klauteren en als volleerde acrobaten aan het gaas van het dak te hangen, zoals andere neusberen doen - nee, zo ver zijn Onidin en Doerak nog niet.

Klimles 2

Wie moeten we verder nog noemen? Zwieber natuurlijk, de zilvervos (want ze bleek geen poolvos maar een zilvervos te zijn). Dit jonge vossenmeisje is wel erg slim en handig, zodat ze veel plezier aan verrijking beleeft: een kong gevuld met geprakte hondenworst is een uitdaging voor haar! Nieuw op de afdeling is nerts Bina (een albino én een vrouwtje, vandaar Bina), die supernieuwsgierig is. Waarschijnlijk is ze een ontsnapt huisdier, want ze heeft allerlei gewoontes die een wild dier nooit zou hebben. Ze slaapt soms op haar rug met haar pootjes wijd - als wild dier zou je wel gek zijn om er zo kwetsbaar bij te liggen! Bovendien kan ze slecht klimmen, wat voor een nerts in de natuur erg lastig zou zijn. Ook zij krijgt dus, door middel van veel boomstammen, klimles van de dierverzorgers.

Tot slot onze wezelcavia Hair en opossum Jujube (nee, niet het dropje! Spreek uit Djoedjoebie). Hair is erg schuw en Jujube laat zich als nachtdier nooit zien, dus je zou ze snel vergeten, maar uiteraard doen de dierverzorgers dat niet. Ze krijgen elke dag hun natje en droogje en regelmatig een fris verblijf.

O ja... Hadden we de ongeveer 25 degoes die er op de Zoogdierafdeling leven, al genoemd? Het gaat goed met ze!

 

Hiermee besluiten we het Dagboek van de Zoogdieren van februari. Volgende maand: het Chimpanseecomplex.