Leven in een laboratoriumkooi

Vandaag wordt een korte aflevering, want er is niets bijzonders gebeurd in blok B. Alle dieren zitten nog met dezelfde groepsgenoten als vorige week.

Java-apen Kurus en Besar (foto), en ook Kawan en Berani, lijken elkaar best te accepteren. Dat is niet zo vanzelfsprekend als het lijkt, want deze mannen zaten vroeger eenzaam opgesloten in kleine laboratoriumkooitjes. Hun eigenaar had de dieren nota bene gestolen uit een laboratorium om ze een beter leven te geven en wat deed hij: ze opnieuw eenzaam opsluiten! Omdat hij dacht dat ze ziekten hadden die hij moest behandelen. Maar ze waren helemaal niet ziek! De medicijnen die hij deze gezonde dieren gaf, veroorzaakten juist allerlei nare kwalen.

 

Anders ligt het bij de rhesusapen Appy, Bassie en Adriaan en ook Puyi en Chang, die nog op de apeneilanden zijn. Zij komen uit een officieel wetenschappelijk laboratorium, waar hun gezondheid grondig was getest. Als ze niet gezond waren geweest, waren ze niet uitgekozen voor de proeven.

Vocaliseren

De dierverzorgers bij AAP staan eigenlijk stomverbaasd over dit stel. Ze hadden gedacht dat deze proefapen slecht in hun vacht zouden zitten en overal bang voor zijn, maar dat is niet zo. Het zijn prachtige dieren die zich elegant slingerend door het verblijf bewegen, zoals gibbons doen. Ze 'praten' ook veel met elkaar ('vocaliseren' heet dat in vaktermen), maar misschien is dat ook wel logisch: omdat ze niet bij elkaar konden komen, maakten ze geluiden om contact met elkaar te leggen.

Het is opvallend dat de andere rhesusapen in de Primatenhal, zoals Kereltje en Sarah en Cayo en Rico, nog geen antwoord geven. Zouden de universiteitsdieren misschien een bepaalde taal hebben ontwikkeld, waar 'gewone' rhesusapen geen weet van hebben? Op z'n minst hebben ze ervaringen opgedaan die onze andere rhesusapen (gelukkig) niet kennen.