| Afbeelding | | | Wetenschappelijke naam | Macaca nemestrina | | Lengte | 45-60 cm + 15-25 cm | | Gewicht | Vrouwtjes: 3,5-7 kg Mannetjes: 4,5-13,5 kg | | Maximale leeftijd | 26 jaar | | Uiterlijk | Olijfbruine vacht, met lichte onderkant, donkere V-vormige plek op het hoofd, Korte, gekrulde staart (soms kaal). Mannetjes zijn veel groter dan vrouwtjes. | | Waar komen ze voor? | Zuidoost Azië | | Leefgebied | Bossen | | Leefwijze | Leven in bomen en op de grond en zijn overdag actief | | Voortplanting | Achterwerk van de vrouwtjes zwelt op als ze vruchtbaar zijn. Een vrouwtje krijgt haar eerste jong als ze 4 jaar oud is, daarna iedere 1-2 jaar. Ze krijgt een jong per keer. | | Soort groep | Leven in grote groepen met meerdere mannen, vrouwen en kinderen. | | Voedsel | Bladeren, wortels, jonge scheuten, paddestoelen, fruit en insecten | | In het wild | Niet met uitsterven bedreigd, maar wel kwetsbaar | | In gevangenschap | Vrouwen en kinderen worden in Azië vaak getraind om rijpe kokosnoten uit hoge palmen te halen. De trainer stuurt zijn aap aan een ketting in boom en de aap gooit de rijpe kokosnoten naar beneden. Ze worden daarom ook wel klapperapen genoemd (klapper is kokos). Lampongapen zijn vaak een attractie voor toeristen. De soort wordt ook gebruikt in proefdierlaboratoria voor aidsonderzoek. |
|