| Afbeelding | | | Wetenschappelijke naam | | Gewoon doodshoofdaapje | | Saimiri sciureus | | | Lengte | 30 cm + hangstaart van 40 cm | | Gewicht | 1 kg | | Maximale leeftijd | 21 jaar | | Uiterlijk | Grijsgroene vacht en geel/oranje onderarmen en benen, donkere ogen in roze gezicht met zwarte snoet ('doodshoofd'), oren omlijst met witte haartjes | | Waar komen ze voor? | Zuid-Amerika, Amazonegebied, Suriname en Guyana | | Leefgebied | Tropische bossen | | Leefwijze | Leven in bomen, komen zelden op de grond | | Voortplanting | Vrouwtjes krijgen ieder jaar een kind. In een groep worden de baby's rond dezelfde tijd geboren. | | Soort groep | Leven in groepen van 20 tot 100 dieren. Dit zijn gemengde groepen met meerdere mannetjes, vrouwtjes en kinderen. | | Voedsel | Kleine dieren (kikkers, slangen en krabben), insecten (rupsen, vlinders en sprinkhanen) en vruchten | | Bijzonderheden | Voor niet-mensapen hebben doodshoofdapen zeer goed ontwikkelde hersenen. Ze zijn heel actief en kunnen uitstekend klimmen en springen. Ze smeren vaak hun handen en voeten in met urine om geursporen af te geven. In het dichte bos kunnen doodshoofdaapjes elkaar gemakkelijk uit het oog verliezen. Ze houden contact met elkaar door hoge piepgeluiden. Zo weten ze wanneer de groep weer verder trekt. | | In gevangenschap | Komen veel in dierentuinen voor, maar worden ook vaak als huisdier gehouden. In Nederland waren deze aapjes in de jaren '60 populair toen voor het eerst Pipi Langkous met haar aapje meneer Nilsson op televisie was. Ook in jaren '70 vaak in Nederland ingevoerd, toen veel Surinaamse mensen naar Nederland emigreerden. Zij namen hun huisapen ook mee en wisten niet altijd dat het in Nederland verboden was om apen te houden. |
|