Voetbal |
|
De bal is rond en ik weet niet goed of ik nu voor NL of voor Es moet zijn. Samen met mijn zoontje sta ik midden op het plein met onze oranje hoed op. De meeste reacties zijn leuk. In mijn beste spaans leg ik uit dat wat mij betreft de beste moge winnen en dat ik ook blij kan zijn met Spaanse winst. Naarmate de wedstrijd vordert bekruipt me het gevoel dat Nederland de winst eigenlijk niet zou verdienen. Grof en weinig sportief spel. Het publiek kijkt boos naar ons als Nigel de Jong veel te hard uithaalt naar een van de Spaanse vedettes. Twee Zuid-Amerikaanse jongens die tot dan toe vooral juichten bij Nederlandse aanvallen, wenden zich van ons af en kiezen het Spaanse kamp. Na de verlenging kunnen de kinderen bijna niet meer op hun benen staan, Abel is bovendien behoorlijk aangeslagen, het huilen staat hem nader dan . Tegen het verkeer rijden we de stad uit: Spanje gaat helemaal uit het dak, toeterende autos, mensen springen in de fontijnen, dansen en zingen op straat. Thuis aangekomen maak ik nog wat te eten voor hen en dan kruipen we ons warme bedje in. Overal om ons heen horen we de zangkoren Jo soy Espagnol, Espagnol, Espagnol. De volgende dag verwacht ik naar goed Nederlands gebruik dat de straat bezaaid zal liggen met glas en troep, dat de spiegel van de auto afgetrapt zal zijn en veel schade op straat te zien zal zijn maar niets van dat alles. Spanje viert, maar Spanje beheerst zich ook. Kunnen we nog een voorbeeld aan nemen. |


