Cobra's

Vrijdag: De hoteleigenaar neemt ons s ochtends mee het dak op (plat dak van het hotel) vanwaar we een prachtig uitzicht hebben op de tweede bergtop van Nepal (of is het van de wereld?). Geen kattenpis, 8.300 meter top-met-sneeuw. 

Het roofvogelproject dat we willen bezoekenvalt me erg tegen. Gewoon een soort circusact waar, naar het schijnt, ook wel eens dieren worden vrijgelaten. Ik heb moeite om daar de zin van in te zien, los van het feit dat ze wel heel goede zaken doen. We doen nog een interview met een lokale/regionale krant en gaan dan het stadje in voor wat inkopen en om geld te pinnen.

Manoj steekt opeens de straat over en loopt naar een man-in-witte-jurk-met-drie-mandjes. Het blijkt een slangenbezweerder te zijn met drie cobras. Manoj is boos want hij heeft de man al eens eerder opgepakt; slangenacts op straat zijn bij wet verboden als gevolg van een campagne door Manoj en zijn ploeg. Het einde van het liedje is wel dat we een half uur later weer in de auto stappen met de drie mandjes. Fijn is dat op een hobbelweg die me doet denken aan een woonerf met een dubbele verkeersdrempel elke meter en daartussen een bomkrater. In het donker voel ik regelmatig of de mandjes nog wel goed dicht zitten. De dieren zijn weliswaar ontdaan van de gifklieren (zo heldhaftig is dat slangenbezweren dus ook weet niet) maar de gedachte dat er een zwarte cobra naast me op de bank zit maakt me niet echt blij.

We komen, wederom, rond middernacht aan en zoeken een ander hotelletje waar ook geen internet is, maar wel weer iets wat meer op een matras lijkt, warm water en stroom. En dat alles voor de som van 3,50 per persoon per nacht.