Cobra returns

We hebben nog een half uurtje voor we naar de luchthaven moeten dus eten we nog snel een laatste keer Bhat Dahl (het nationale gerecht wat de meeste mensen twee keer per dag eten). Ik bedenk me dat we een slangenmandje zouden meenemen voor onze kast met relikwieën. Manoj belt even met een van de vrijwilligers, die aan komt snellen op zijn brommer (de Maoisten trotserend). Ik neem het mandje van een paar dagen geleden van hem over en stop het in mijn koffer maar doe het toch nog even open... En jawel, daar ligt nog steeds die ene cobra zielig opgerold.

Manoj schaamt zich zichtbaar, ze blijken gewoon geen plek meer te hebben voor deze dieren. Hij belooft me dat hij ze de volgende dag naar zijn oom zal brengen die een grote boerderij heeft buiten de stad. Daar kan hij kijken of ze nog wel in staat zijn om zelf te eten, de kaken zijn behoorlijk gehavend door het wegsnijden van de giftanden. Als dat niet zo is dan zal hij ze uit hun lijden verlossen. De slang gaat voor dit moment even in een leegrugzakje, het mandje gaat met mij mee.

Eva en ik nemen een taxi naar de luchthaven (kost minder dan twee euro) waar we netjes op tijd aankomen. Dat kan niet gezegd worden van het vliegtuig van ARKE want dat blijkt later alles bij elkaar bijna 3 uur vertraging te hebben. Nepal heeft een grote indruk op me gemaakt, veel meer dan ik ooit eerder meemaakte. De contrasten zijn enorm, maar de mensen hebben een uniek soort rust over zich. Zelfs in het verkeer wordt, ofschoon daar veel aanleiding toe is, niet gescholden agressief getoeterd, geen middelvingers opgestoken of wat dan ook. Men gunt elkaar de ruimte en het leven. Dat is vaak al moeilijk genoeg.

Eva en ik zullen een projectvoorstel schrijven en hopelijk met Nepal een oplossing gaan uitwerken voor 250 rhesusapen.