Zoogdierafdeling |
Heel veel soorten dieren
Hier leven allerlei soorten kleine uitheemse zoogdieren als degoes, eekhoorns en prairiehondjes. Er zijn dagdieren bij, maar ook schemer- en nachtdieren. Sommige soorten krijgen driemaal op een dag te eten, andere kunnen met één maaltijd per dag toe. Elke diersoort krijgt zijn eigen menu, dat door een voedingsdeskundige nauwkeurig is samengesteld. Al het voedsel wordt precies afgewogen. Sommige dieren zijn zo klein dat één gram van iets al genoeg is! Om de kas heen zijn een stuk of twintig buitenrennen, in verschillende afmetingen. Hier wonen de dieren die goed tegen kou kunnen, zoals stinkdieren en poolvossen. De wasberen hebben aparte verblijven. De prairiehondjes hebben ook een eigen buitenverblijf. Daarin kunnen ze, als ze zich goed hebben ingegraven, prima overwinteren. KlussenNet als in de apenhal, bestaat het werk van de dierverzorgers in de kas vooral uit eten geven en schoonmaken. Het gewone schoonmaakwerk wordt `s ochtends gedaan. De middag wordt gebruikt voor verrijking. Bijvoorbeeld het verstoppen van eten in een bal of een buis, waar de dieren het uit moeten schudden of peuteren. Of het maken van trapjes, schommels en tunnels in de verblijven. De middagen zijn ook geschikt voor grotere klussen als het inrichten van verblijven, het ontsmetten van transportkooien, en niet te vergeten: het samenvoegen van dieren. Groepsdier of solitair?Voor sommige kasdieren, zoals prairiehondjes, is resocialisatie ook belangrijk. Maar lang niet voor alle soorten. Dat komt doordat veel van deze dieren geen sociale dieren zijn. Poolvossen bijvoorbeeld, leven in de natuur meestal solitair (alleen), net als de meeste eekhoornsoorten. Ze verdragen elkaars gezelschap alleen in de paartijd. Omdat Stichting AAP een anticonceptiebeleid voert (voorkómen dat er jongen worden geboren) worden in de kas mannetjes en vrouwtjes gescheiden. Niet alle vrouwtjesdieren reageren namelijk goed op de prikpil of een implantaat. Een dier totaal onvruchtbaar maken doen we liever niet. Want dierentuinen en reservaten willen juist wel dieren die jongen kunnen krijgen. Maar soms worden mannetjes toch gecastreerd. Daardoor worden ze minder agressief, en leven ze vriendelijker met elkaar samen. Een grote groep herplaatsen is natuurlijk fijner dan allemaal dieren alleen, en daarom kiezen we soms toch voor castratie. |