Transport van en naar Stichting AAP

Internationale contacten 

De mensen van Stichting AAP reizen de hele wereld over. Om nieuwe dierentuinen en wildparken te bekijken, en bekende adressen te bezoeken. Om kennis op te doen en ervaringen uit te wisselen, gaan onze medewerkers naar congressen of op werkbezoek in buitenlandse opvangcentra. Omgekeerd komen buitenlandse deskundigen bij ons. Al die reizen worden betaald met Air Miles, die duizenden mensen voor ons sparen.

Kav transporttruckMaar niet alleen mensen, ook dieren reizen af en aan naar Stichting AAP. Op korte afstanden gebeurt dat per auto of bestelbus. Toen directeur David van Gennep de twee jonge circuschimpansees Peggy en Babsie uit Duitsland ging halen, vervoerde hij ze in hun eigen verblijf, de circuswagen! Die we vervolgens mochten houden.

Air Miles 

Maar om het transport, dat voor dieren immers geen pretje is, te versnellen, kiezen we vaker voor het vliegtuig. Er worden tickets besteld voor de begeleider én voor het dier, ook al reist dat mee in het laadruim. Ook die reizen worden met Air Miles betaald.

Eisen

Zoals de begeleider een paspoort moet hebben, zo heeft ook het dier reisdocumenten nodig. Bij het transport van wilde dieren komt heel wat meer kijken dan bij een chartervlucht vol vakantiegangers!

  • De internationale luchtvaartorganisatie IATA (International Air Transport Association) heeft regels opgesteld voor de bekisting, de kooi waarin het dier vervoerd wordt. Die moet voldoen aan allerlei eisen omtrent de grootte, stevigheid en afsluiting.
  • De LAR (Live Animal Regulation) stelt eisen met betrekking tot het welzijn van het dier: is de kooi groot genoeg, zijn er voldoende luchtopeningen, is er een drinkwatervoorziening?
  • Er zijn verschillende vergunningen of ontheffingen nodig, omdat de meeste dieren van Stichting AAP op de lijst van beschermde diersoorten voorkomen. Er bestaan twee lijsten: de internationale, vastgesteld door de verdragsorganisatie CITES (Convention on International Trade in Endangered Species) en de nationale, gebaseerd op de Wet BUDEP (Beschermde Uitheemse Dier- en Plantensoorten). De lijsten zijn bijna hetzelfde, alleen staan er op de nationale meer inheemse soorten.

Beide lijsten hebben drie bijlagen of appendixen. Op Appendix I staan de meest bedreigde soorten, op Appendix II en III de wat minder bedreigde. Het soort vergunning hangt daarmee samen. Alle mensapen staan op Appendix I, dus om een chimpansee te vervoeren heb je een vergunning nodig voor die categorie. De verzender én de ontvanger van het dier moeten allebei zo'n vergunning aanvragen., en net als een paspoort mag die niet verlopen zijn. Een geldige exportvergunning voor de verzender dus, en een geldige importvergunning voor de ontvanger.

Papierwinkel

Verder zijn er nog de noodzakelijke formulieren op het gebied van veterinaire (diergeneeskundige) zaken. Bijvoorbeeld een gezondheidsverklaring van de R.V.V. (Rijksdienst voor Vee en Vlees). Ook moeten er natuurlijk geldige inentingsbewijzen zijn. Een enorme papierwinkel, vol stempels en handtekeningen. Trouwens, ook de begeleiders van de dieren moeten, als ze naar tropische landen gaan, hun inentingen halen!