Resocialisatie |
Schrikken van soortgenotenVeel van onze dieren hebben nooit eerder een soortgenoot gezien. Ze zijn bijvoorbeeld opgegroeid als huisdier en kennen alleen menselijke manieren. Of ze hebben in een circus kunstjes moeten leren. Maar hoe het is om te leven volgens hun eigen aard, en om dezelfde "taal" te gebruiken als hun soortgenoten, daar weten ze niets van. Bij Stichting AAP willen we de dieren hun natuurlijke gedrag teruggeven. Dat doen we door ze op te vangen in groepen. Een nieuw dier wordt eerst naast een bestaande groep gezet. Zo kunnen ze door het gaas heen kennismaken, zonder elkaar pijn te doen. Het is een spannende tijd voor de dieren - voor de nieuweling natuurlijk, die vaak eerst schrikt van die onbekende soortgenoten, maar ook voor de groep, die de nieuweling moet leren kennen. De dierverzorgers laten de dieren dan ook zoveel mogelijk met rust. Ze draaien hun hoofd af als ze voorbij lopen en negeren ze gewoon totaal. Daardoor krijgen de dieren geen kans om contact met mensen te leggen, zoals ze gewend waren, maar moeten ze elkaar opzoeken voor wat gezelschap en gezelligheid. Sociaal dierWel houden de dierverzorgers observaties om te zien hoe de dieren op elkaar reageren. Als het contact positief is (wanneer ze elkaar bijvoorbeeld door het gaas gaan vlooien) wordt het tijd voor de samenvoeging. Elke dag wordt de nieuweling bij de groep gelaten, steeds iets langer. Op die manier went hij aan het leven in een groep, en leert hij hoe hij zich moet gedragen. Als ze elkaar over en weer accepteren, wordt hij bij de groep geplaatst. De resocialisatie is gelukt. Het dier is weer een sociaal dier, een groepsdier, geworden. |