Oú est le camion? |
|
Toen het verzoek kwam of iemand onze Ina, een Tonkinmakaak van vier jaar oud, naar een herplaatsadres in Frankrijk wilde brengen en in één moeite door bij een Franse particulier een mantelbaviaan op wilde halen, kwamen Ivonne en ik als gelukkigen uit de bus. Met alle benodigde papieren op zak reden wij opgetogen (we kletsten wat af, zo zonder enige vorm van stereo, en met een flinke deuk naast de zijdeur die zorgde voor de nodige ruis) richting Clermont Ferrand, zo’n 1000 km. van Almere vandaan.
Goed gevoelDe volgende ochtend terug. Ina werd succesvol geïntroduceerd bij haar soortgenoten en met een goed gevoel reden we door naar onze volgende bestemming, 500 km zuidelijker. Hotelletje bij het station, waar we onze contactpersoon de volgende dag zouden ontmoeten. ’s Avonds spraken we nog het antwoordapparaat van de dierenarts en de contactpersoon in, maar we kregen geen reactie terug. ’s Morgens stonden er twee mannen bij het station. In de veronderstelling dat eentje hetzij onze contactpersoon hetzij de dierenarts was, stelden wij ons voor… Uh nee, het was de eigenaar van mantelbaviaan Tarzan zelf! En hij was in alle staten. Met weinig andere keus stapten we in onze bus en reden achter hem aan. Maar waar gingen we naartoe? Où est le camion?Eenmaal tot stilstand gekomen achter de auto van Tarzans eigenaar, stapten we uit. De vraag die ons bars gesteld werd : ‘Où est le camion?’ ofwel ‘Waar is de vrachtwagen?’ Er zouden twee mannen komen met een vrachtwagen en nu stonden er opeens twee meisjes met een bestelbusje op zijn erf! Opeens werd het duidelijk waarom de eigenaar slechtgehumeurd was: Tarzan - die door hem en zijn gezin al acht jaar liefdevol verzorgd was - zou nooit in de kist passen die wij bij ons hadden, Het imposante dier zat in een kooi die met een heftruck in een vrachtwagen op het erf geparkeerd was. Wij haalden alles uit onze bus. Tarzan (31kg schoon aan de haak) werd in zijn ‘oude’ kooi zijdelings naar binnen geschoven. In mijn beste Frans legde ik uit dat wij Tarzan goed zouden verzorgen en dat hij in een groep met soortgenoten zou komen. Het humeur van Tarzan’s eigenaar was alweer verbeterd. De borrel die er op gedronken moest worden hebben we vriendelijk afgeslagen en daarna mochten we - nadat we de flinke tuin nog terloops afgespeurd hadden op zoek naar andere exoten - onze reis aanvangen met drie Franse afscheidszoenen op onze wangen. De terugwegTijdens de tussenstops op parkeerplaatsen lieten we de bus nooit onbeheerd achter; altijd bleef er één bij de auto en ging de ander eten halen. Ook bij de Péage liet Tarzan zijn kenmerkende blaf horen en hoopten we maar dat de dame of heer in het tolhuisje er geen hartverzakking van zou krijgen…. En o ja, er was geen tussenwand in de bus, dus konden wij meegenieten van meneer’s gesmak en geboer. En de rest. Het was even schrikken toen de Gendarmerie het benzinestation waar we net tankten, op kwam rijden. Ook al hadden wij alle benodigde papieren voor het transport, we konden het ons niet permitteren om uren op het bureau te vertoeven om dat te laten controleren. Dus snel de auto in en tussen de grote camions geparkeerd… Toen de kust veilig was: hóp naar Almere, waar we ’s nachts in de sneeuw aankwamen. Appeltje eitje toch? En voor herhaling vatbaar? Een volmondig OUI! Jannemieke Jongedijk en Ivonne Weststeijn |