Nandoe's rule! |
|
Elf jaar geleden kwam ik als groentje binnen bij AAP. Alles was nieuw voor me. De ene uitdaging na de andere diende zich aan. Ondertussen kan ik vele verhalen vertellen over de voorbije jaren. Eén gebeurtenis blijft me aardig bij: het vangen van de nandoe’s (kleine struisvogels).
Voor de dagelijkse verzorging gebruikten we de mogelijkheid om de nandoe’s te schuiven naar een ander veldje. Tussen veld 1 en 2 was een tuinhuisje geplaatst dat van twee kanten te benaderen was (o.a. via een smalle gang tussen het hek en het huisje) en bovendien toegang gaf aan beide velden. Door één deur te sluiten, kon je de dieren wegschuiven naar het volgende veldje. Handig toch? Jazeker, al wilde dat niet zeggen dat Almér zich zomaar liet wegjagen van zíjn veldje. Het huisje zou ook het hulpmiddel zijn om de nandoe’s te vangen voor hun herplaatsing. De schone taak van vangen was aan mij. Ondertussen had ik een redelijke inschatting van hun gedrag en maakte daar graag misbruik van. Met alle spanning in m’n lijf - want wat hád ik een respect voor deze dieren - maakte ik een plan om ze te vangen. Alle teamleden bleven weg van de veldjes, zodat ik de volle aandacht van de nandoe’s zou krijgen. Gewapend met brokken, superlekker brood en een hark, nam ik de route naar de veldjes. Almér had me snel gezien en gaf aan een ochtendhumeur te hebben. Fijn, dat garandeerde een poging van hem om mij te grijpen. Precies wat ik nodig had… Het potige stel liep ondertussen op veldje 1 onrustig heen en weer. Zelf betrad ik via een hoog hek veldje 2. De beide deuren van het tuinhuisje stonden open; ze konden me zó aanvallen. Man ooh man… Zenuwen over wat er zou gaan of kunnen gebeuren hadden me te pakken. Zelfs nu bij het schrijven van dit verhaal voel ik ze nog opkomen. Met m’n brood stond ik daar in het huisje. Roepend naar de beide dieren, in de hoop dat ze erin zouden trappen. Andere keren hadden we ook wel brood gevoerd in het huisje, maar dan kwam vaak alleen het mannetje het halen. Vandaag had ik ze allebei nodig. En ja hoor, daar kwam Almér aan, die zou ik in elk geval niet laten gaan. Hebben is hebben! De dame, Almór, zouden we dan wel anders vangen, als het moest. Met Almér vlak voor m’n neus, deed ik de achterste deur van het huisje dicht. Snelde door de bosjes die in de jaren waren gegroeid tussen het huisje en het hek… En ja hoor,… Kom ik vast te zitten…! Met trekken en duwen aan de takken, kwam ik erdoor. Keek niet op of om en sloot de voorste deur van het tuinhuisje. Om vervolgens om me heen te kijken in stomme verbaasdheid…… ZE ZATEN ALLEBEI BINNEN!! Wakker geschud door de adrenaline én de blijdschap liet ik ze achter in het huisje, met het brood. Tegen de middag zou de transporteur komen om ze naar Denemarken te brengen. Ondanks onze waarschuwingen voor het karakter van Almér, liep de transporteur met een grote plank het huisje in en dirigeerde de dieren naar de trailer… Als makke schapen stapten de loopvogels over de plank de trailer in. Onder de indruk van de transporteur, bleef er opeens niks over van onze stoere nandoeman! Linda Roossien, Ervaren dierverzorger |