'Down memory lane' met AAP-dieren |
|
Toen ik in april 1998 bij stichting AAP kwam werken in de dierverzorging bij de primaten, wist ik maar een beetje over hun gedrag en de diverse soorten. In elf jaar heb ik dit ruimschoots goedgemaakt en veel leuke, spannende en andere dingen met de dieren meegemaakt. Zo hadden we eind jaren ´90 ons meerkattenduo Bubbi en Tato: beiden hoogbejaard en redelijk blind door staar. Bubbi had ook nog epilepsie en Tato was behept met twee persoonlijkheden (net hoe d’r pet stond, was soms net een macho-man, en soms was ze een lief of tuttig dametje). Hun verblijf was aangepast met een dikke laag stro om Bubbi een zachte landing te geven bij een toeval. Natuurlijk moest dat soms ook schoongemaakt worden, maar ja... Zie maar eens twee bijna blinde meerkatten naar een ander verblijf te laten lopen, dat ze niet kunnen zien. Hoewel we de inrichting zo min mogelijk veranderden. Ze reageerden wel op de stem van een verzorger die ze kenden en vertrouwden, mocht ik eens aanschouwen toen Riga ze met het grootste gemak een ander verblijf in loodste. Het heeft een poos geduurd voordat Tato mij oke vond en met me meeliep (Bubbi was wat makkelijker), maar toen had ik ook wat: ze danste nog net niet over de stok heen naar me toe. Ik had ook wel een leuk roepje voor d´r en blijkbaar ook origineel: in plaats van het ‘hollen, hollen’ dat we toen nog hanteerden, kreeg ik haar aan het wandelen met ‘poes, poes, poes kom dan’. Onder het produceren van typische meerkatten-knorretjes liep ze netjes heen en weer voor me. Een andere (nieuwe) collega dacht dat dit een standaardcommando voor Tato was en riep haar ook eens; ‘Poes, poes, poes!’ Nou, prompt dat de oude dame/macho bananen in d´r oren had... Ze keek niet op of om. Dit speciale roepje werkte alleen bij mij (met de goede intonatie natuurlijk, had ik inmiddels van Riga geleerd). Nog zo´n leuk duo was het groene-bavianenechtpaar Anubis en Miff. Dhr. Anubis was een grote charmeur die z´n best deed de vrouwelijke dierverzorgers te paaien. Bij mij lukte hem dat en ik werd ingelijfd bij zijn bavianentroepje. Dit lokte in het begin de nodige jaloezie uit bij Miff - hij was tenslotte háár vent! Ze heeft me ettelijke keren oorpijn bezorgd door in het nachtverblijf boos te gaan gillen (en geloof me: bavianen kunnen echt een oorverdovende keel opzetten). Totdat ze doorkreeg dat ik echt niks van Anubis wilde en dat er bij mij ook eten te halen viel. En dat ik Anubis ook wel eens naar buiten kon mikken om haar even een paar minuten rust, of eten, te geven, en dat ik er ook wel eens in slaagde buurvrouw Sita (de chimp) af te leiden als die haar zat te plagen. Pas toen vond ze me wel leuk. Toen Miff uiteindelijk herplaatst zouden worden, viel dat net in een lang weekend vrij van mij. Ik baalde een beetje dat ik niet echt gedag kon zeggen. Maar regelmatig worden herplaatsingen bij AAP op het laatste nippertje uitgesteld vanwege papieren of wat dan ook, en zo ook ditmaal. Het zal de enige keer zijn geweest dat ik blij was met uitstel. En Miff blijkbaar ook: bij mijn terugkomst heb ik haar nog nooit zo hard horen knorren en lipsmakken. Ze zat d´r armen bijna te verrekken door de tralies heen, terwijl ik verderop stond... Ik moest NU naar haar toe komen! Het was voor het eerst en het laatst dat ik een aardig bedoelde, innige omhelzing van een baviaan door de tralies kreeg. Eigenlijk mocht dit niet natuurlijk, maar de bavianendame kon nou eenmaal niet lezen en kende het hands-off-protocol dus niet… Ik gaf haar waar ze om vroeg; dit was ons afscheid. Toen ze een week of wat later naar Brazilië vertrokken, heb ik met een blije zucht hun kisten zien vertrekken. Tanja Geraeds, vrijwilligsters (voorheen dierverzorgster) |